Nieuws | 2014

12 12 2014 | Vennootschappen die als bestuurder, zaakvoerder of vereffenaar optreden, worden vanaf 1 januari 2016 btw-plichtig

De onderstaande beslissing werd uitgesteld naar 1 januari 2016!

De Btw-administratie publiceerde op 20 november 2014 de Beslissing nr. E.T. 125.180 waarbij de bestaande keuze voor al dan niet aanrekening met btw voor rechtspersonen die optreden als bestuurder, zaakvoerder of vereffenaar van vennootschappen, wordt opgeheven vanaf 1 januari 2015.

Deze opheffing geldt enkel voor rechtspersonen. Natuurlijke personen die als bestuurder, zaakvoerder of vereffenaar optreden, hebben nog steeds de keuze btw-plichtig te zijn of niet.

Wat de bedoelde rechtspersonen betreft, heeft men sedert lange tijd de keuze om de handelingen in die hoedanigheid al dan niet aan btw te onderwerpen. Deze keuze werd als onherroepelijk beschouwd, behoudens wanneer betrokkene het onomstotelijke bewijs leverde van een grondig gewijzigde bedrijfseconomische situatie die een herziening van de toenmalige keuze rechtvaardigde. Daartoe diende betrokkene een gemotiveerd schrijven te richten aan het bevoegde lokale btw-controlekantoor.

Naar aanleiding van de bovenvermelde Beslissing zijn de handelingen die bestuurders, zaakvoerders of vereffenaars van vennootschappen als dusdanig verrichten, aan btw onderworpen, zonder keuzemogelijkheid, vanaf 1 januari 2015.

Voor de belastbaarheid vanaf het jaar 2015 moeten de regels betreffende opeisbaarheid voorzien in de artikelen 22 en 22bis W.Btw worden toegepast (in principe tijdstip van levering/dienst of incassering), zodat de vergoedingen ontvangen in 2014 nog aan het oude stelsel onderworpen blijven.

Voor de uitkering van tantièmes is de datum waarop de jaarlijkse algemene vergadering de beslissing tot uitkering van tantièmes neemt, bepalend, ongeacht de datum waarop het boekjaar wordt afgesloten. Voor een algemene vergadering die plaatsvindt in 2015 zal de btw bijgevolg verschuldigd zijn.

Terug

adfisc


01 12 2014 | Beveiliging woningen tegen inbraak of brand

De Vlaamse regering schrapt de belastingvermindering voor uitgaven ter beveiliging van woningen tegen inbraak of brand vanaf 1 januari 2015.

Uitgaven gepland in 2015?

Volgens het eerste ontwerp van het Programmadecreet van de Vlaamse Regering kunt u enkel nog gebruik maken van deze vermindering indien het tijdstip van de betaling in 2014 valt. De werken moeten uitgevoerd worden vóór de indiening van de aangifte personenbelasting van inkomstenjaar 2014 (aanslagjaar 2015). Indien de werken nog niet werden uitgevoerd, kan u later - mits voorlegging van een geldige factuur met de verplichte vermeldingen - via ambtshalve ontheffing de belastingvermindering aanvragen.

Terug

adfisc


18 11 2014 | De belastingadministratie kan uw financiële gegevens opvragen

Sinds 1 mei 2014 is een databank bij de Nationale Bank operationeel (met name: CAP) waarbij de fiscus gegevens over uw financiële situatie kan raadplegen. De databank geeft weer bij welke financiële instellingen u rekeningen en contracten lopen heeft.

De fiscus kan deze databank op heden enkel raadplegen in de volgende drie gevallen:

  1. Er zijn aanwijzingen van belastingontduiking of fraude

  2. Bij vaststelling door de fiscus van een indiciair tekort of als de fiscus u wilt taxeren op een indiciair tekort

  3. Wanneer er een verzoek tot bijstand komt vanuit het buitenland

De bevoegdheid komt enkel toe aan een gewestelijk directeur of een ontvanger der belastingen.

Merk op dat de fiscus u eerst zelf om de informatie moet vragen via een vraag om inlichtingen. Enkel wanneer u niet op (afdoende) wijze heeft geantwoord kan men de CAP raadplegen.

Terug

adfisc


04 11 2014 | Het kadastraal inkomen van uw onroerend goed verminderen, het kan!

Wanneer het kadastraal inkomen van een pand dat u privé of met uw vennootschap bezit overgewaardeerd blijkt te zijn, kunt u dat onder bepaalde voorwaarden naar beneden laten herzien.

Het kadastraal inkomen kan enkel worden herzien indien het minstens 15 % overgewaardeerd werd, als gevolg van omstandigheden die veroorzaakt zijn door overmacht, door werken of maatregelen bevolen door de overheid (vb. wijziging bijzonder plan van aanleg) of door toedoen van derden, én die nog niet aanwezig waren toen het KI vastgesteld werd.

Een dergelijke herziening zorgt voor een daling van uw te betalen onroerende voorheffing. Gaat het om een pand van uw vennootschap waar u gratis in woont, dan betekent een lager KI ook een lager privé belastbaar voordeel van alle aard.

Gaat het om een pand dat u privé bezit en verhuurt aan uw vennootschap, dan kunt u als gevolg van de daling van het KI wel minder fiscaal interessante huur vragen (herkwalificatiegrens daalt).

Wil je het KI laten corrigeren wegens wijzigingen aan het pand zélf dan moet je geen herziening vragen maar een “herschatting”.

Vergelijk dus steeds het KI van een nieuw gebouw met gelijkaardige gebouwen en ga in tegen een overwaardering (ook voor minder dan 15 %). Dit kan tot 2 maanden na de betekening van het KI.

Terug

adfisc


23 10 2014 | Uw kind als werknemer of als zelfstandig helper?

Uw zoon of dochter wenst te helpen in uw zaak. Deze samenwerking kan op verschillende manieren worden gerealiseerd. Enerzijds kunt u hem of haar inschrijven als werknemer in uw vennootschap, anderzijds kan hij of zij het statuut van zelfstandig helper krijgen van u privé als bedrijfsleider.

Hieronder een kort overzicht van de gevolgen van beide statuten:

Uw kind als werknemer van uw vennootschap:

  • Er zijn geen voorwaarden, u kunt uw kind als werknemer in dienst nemen.

  • Voor de vennootschap betekent dit een extra kost (namelijk extra brutoloon)

  • Uw kind zal belast worden tegen de progressieve tarieven in de personenbelasting.

  • Indien het loon van uw kind hoger is dan de nettobestaansmiddelen is uw kind niet langer fiscaal ten laste.

Uw kind als zelfstandig helper van u als bedrijfsleider:
  • Kan enkel op voorwaarde dat uw kind deel uitmaakt van uw gezin en dus bij u inwoont

  • In eerste instantie verhoogt de beroepskost van uw vennootschap niet. Enkel wanneer u uw eigen inkomen verhoogt om dat van uw kind te betalen zullen de kosten in uw vennootschap stijgen.

  • Gevolgen voor kind:

    • Inkomen is fiscaal gezien een werknemersloon

    • Voor de sociale zekerheid is uw kind een zelfstandige, en moet dus aangesloten worden bij de sociale kas

    • Sociale bijdrage is pas verplicht vanaf 1 januari van het jaar dat het kind 20 jaar wordt

    • Indien het kind studeert en recht heeft op kinderbijslag en het brutoloon de grens van max. 520,08 euro per maand niet overschrijdt, is er geen sociale bijdrage verplicht (tot 25 jaar)

    • De dagen dat uw kind werkt als zelfstandig helper tellen niet mee voor maximum 50 werkdagen per jaar als jobstudent

  • Gevolgen voor u: u betaalt een loon aan uw kind vanuit uw privé wat een aftrekbare kost voor u privé impliceert.

Terug

adfisc


02 10 2014 | Controleer uw reiskosten, de fiscus doet dit ook...

De fiscus kondigde recent aan dat in de nabije toekomst bijzondere controles zullen plaatsvinden op de aftrek van reiskosten.

Het is aangeraden om deze kosten vanaf inkomstenjaar 2012 nader te bekijken en te voorzien van bewijsstukken om het beroepsmatig karakter aan te tonen.

Het risico ligt vooral bij privé-reizen en bij reis- en verblijfkosten die werden afgetrokken van personen die niets met de onderneming te maken hebben (bv partner/kinderen/...).

Om de aftrek van de reizen met een privékarakter te behouden kan een bijkomende fiche 281.20 worden opgemaakt en bezorgd worden aan de belastingcontrole. Dit zorgt ervoor dat de kosten aftrekbaar blijven maar uiteraard worden belast in de personenbelasting. Indien u een controle afwacht, zal de aftrek in uw onderneming verworpen worden en zal u ook privé worden belast in de personenbelasting.

Terug

adfisc


11 09 2014 | Sponsoring, geschenk, gift of publiciteit

Geregeld wordt de ondernemer geconfronteerd met kosten van publiciteit, sponsoring, geschenken of giften. Elk van deze uitgaven wordt fiscaal op een andere wijze verwerkt. In deze korte uiteenzetting overlopen we de verschillen.

Sponsoring

Dit zijn uitgaven waarmee je een organisatie of persoon steunt, meestal in ruil voor publiciteit. Indien de onderneming reclame verkrijgt naar aanleiding van de sponsoring, kan deze als kost volledig worden afgetrokken. Wordt geen publiciteit verleend, dan zal de kost niet aftrekbaar zijn in uw vennootschap/onderneming.

Merk op: Indien u sponsorgeld geeft aan een BTW-plichtige instantie in ruil voor reclame dan zal zij voor de geleverde publiciteit een factuur, met btw, aan u moeten uitreiken. Deze BTW is uiteraard 100% aftrekbaar in uw boekhouding.

Publiciteit

Hiermee bedoelt men het creëren van (naam)bekendheid voor uw zaak via doelbewuste uitgaven voor affiches, berichten in kranten, reclamespots, etc. Men heeft niet als doel een bepaalde organisatie of persoon te bevoordelen, maar wenst enkel zelf return verkrijgen van de gekozen reclame.

Een dergelijke uitgave is zowel op vlak van directe als de indirecte belastingen volledig aftrekbaar, zolang de naam van de onderneming blijvend en opvallend vermeld wordt.

Relatiegeschenk

Bij een relatiegeschenk moet men rekening houden met de volgende punten:

Directe belastingen:

Is de waarde van het relatiegeschenk kleiner dan 125 euro, dan stelt er zich geen bijkomende fiscale implicatie. De kost is volgens de algemene regel voor 50% aftrekbaar.

Is uw relatiegeschenk echter meer dan 125 euro waard, dan zijn er bijkomende voorwaarden.

  • Als de ontvanger van het geschenk een handelaar, industrieel, landbouwer of vrije beroeper is en uzelf bent onderworpen aan de personenbelasting, dan moet u een fiche 218.50 (voordeel alle aard) opmaken op naam van de ontvanger. Doet u dit niet, dan is de kost niet aftrekbaar en wordt hij voor 100% verworpen.

  • Is de ontvanger een particulier, dan blijft de 50%-aftrekmogelijkheid behouden als de kosten niet als overdreven worden beschouwd.

  • Bent u onderworpen aan de vennootschapsbelasting en is de ontvanger van het geschenk een handelaar, industrieel, landbouwer of vrije beroeper dan moet u ook een fiche 281.50 opmaken. Doet u dit niet, dan wordt de aankoop beschouwd als een geheim commissieloon en wordt dit belast tegen het tarief van 309%.

Indirecte belastingen:

De btw op een relatiegeschenk is volledig aftrekbaar indien de maatstaf van heffing de waarde van 50,00 euro (excl. btw) per geschenk niet overschrijdt. Is de waarde groter dan 50,00 euro dan is de btw helemaal niet aftrekbaar.

Gift aan erkende instelling

Dit omvat een schenking aan een erkende instelling zonder tegenprestatie. Deze schenking wordt beschouwd als een niet-aftrekbare kost maar kan daarentegen wel gebruikt worden om een belastingsvermindering in de personenbelasting te verkrijgen of een niet-belastbaar bestanddeel in de vennootschapsbelasting.

Voorwaarden:

  • Het moet gaan om een gift van meer dan 40 euro per erkende instelling (lijst wordt elk jaar opnieuw gepubliceerd)

  • U moet een attest ontvangen hebben van de erkende instelling.

  • Personenbelasting: de gift mag niet meer bedragen dan 10% van het totale netto-inkomen met een maximum van 380.550 euro (AJ 2015)

  • Vennootschapsbelasting: de gift mag niet meer bedragen dan 5% van het totale netto-inkomen met een maximum van 500.000 euro (AJ 2015)

Terug

adfisc


30 08 2014 | Hervorming justitie ook gevolgen voor uw vennootschap

Sinds 1 april 2014 is het nieuwe gerechtelijk landschap een feit. De hervorming van justitie heeft onrechtstreeks ook gevolgen voor uw vennootschap, meer bepaald inzake de verplichte vermelding van het zgn. RPR op uw facturen.

RPR is de afkorting voor “rechtspersonenregister”. De plaats die u schrijft na ‘RPR’ geeft weer onder welk gerechtelijk arrondissement een rechtspersoon valt.

Na de gerechtelijke hervorming blijven er slechts 8 rechtbanken van koophandel over. De voorheen bestaande zittingsplaatsen zoals bv. Kortrijk blijven wel behouden, maar worden afdelingen.

Concreet zal u het RPR op uw facturen moeten uitbreiden. Eerst zal de rechtbank van koophandel vermeld worden, en nadien de afdeling.

Heeft u bijvoorbeeld uw vennootschap gevestigd in Roeselare dan wordt het “RPR Gent, afdeling Kortrijk”. De vermelding kan opgezocht worden op http://www.juridat.be.

Ter verduidelijking: deze vermelding is alleen verplicht voor vennootschappen en niet voor éénmanzaken.

Terug

adfisc


18 08 2014 | Voordeel alle aard voor uw tablet of smartphone – standpunt ruling

In huidige moderne tijden bezit menig ondernemer een tablet en/of smartphone. Meestal worden deze door de vennootschap aangekocht. Indien het toestel voor privé doeleinden wordt gebruikt dient u privé belast te worden op een voordeel in natura. Gezien de fiscus voor tablets en smartphones geen forfaits voorziet dient in principe het werkelijke voordeel te worden aangerekend. Dit is uiteraard moeilijk te bepalen.

De RSZ hanteert voor werknemers een forfait van 150 EUR.

Bedrijfsleiders zijn niet verplicht zich aan dit forfait te houden. Het kan echter wel een richtlijn zijn.

Recent besliste de rulingcommissie positief over een berekeningswijze dat een ICT-bedrijf hanteerde voor de ter beschikking gestelde smartphones. Het privévoordeel wordt berekend door de jaarlijkse afschrijving te vermenigvuldigen met het percentage privégebruik.

Een voorbeeld
Een smartphone van 600€ wordt afgeschreven over 3 jaar = 200€ afschrijving / jaar. 200€ x 20% privégebruik = 40€ voordeel in natura.

Deze berekeningswijze is beduidend lager dan het RSZ-forfait.

Merk wel op dat deze berekeningswijze in een individuele ruling is goedgekeurd en daarom geen algemene regel vormt.

Terug

adfisc


01 08 2014 | Kilometervergoeding

Hierbij willen wij u meedelen dat de kilometervergoeding 0,3468 euro bedraagt voor de periode van 1/07/2014 – 30/06/2015.

Terug

adfisc


02 07 2014 | Valse e-mails en brieven in omloop

Er zijn valse e-mails en valse brieven in omloop waarin de burger wordt meegedeeld dat hij recht heeft op een belastingteruggave of dat hij zelf een betaling moet doen.

De Federale Overheidsdienst Financiën laat weten dat hij alleen terugbetalingen doet op het bankrekeningnummer dat de burger via zijn belastingaangifte of via de site myminfin.be heeft meegedeeld. De FOD Financiën vraagt dat nummer nooit per e-mail of per brief op. Vragen naar bank- of kredietkaartgegevens om de terugbetaling te kunnen uitvoeren, zijn dus vals.

Als de burger zelf een betaling aan de FOD Financiën moet doen, mag dat enkel op een rekeningnummer dat de volgende structuur heeft: BExx 6792 xxxx xxxx.

Ieder gekend geval van deze oplichterij wordt doorgespeeld aan de politiediensten.

Bij vragen bel naar het Contactcenter FOD Financiën (0257/257 57 - normaal tarief).


(bron: http://financien.belgium.be; dd. 25/06/2014)

Terug

adfisc


17 06 2014 | Herinvoering gewone investeringsaftrek 2014 en 2015

Sedert de invoering van de aftrek voor risicokapitaal vanaf aanslagjaar 2007, is de gewone investeringsaftrek sedert dat aanslagjaar op "nul" gezet om zo de budgettaire impact van de aftrek voor risicokapitaal wat te beperken.

Voor alle vennootschappen bestaat er enkel nog een verlaagd tarief van 3% voor investeringen in materiële vaste activa die uitsluitend bestemd zijn voor het verzekeren van het productieproces van herbruikbare verpakkingen van dranken en bepaalde nijverheidsproducten.

Voor een aantal specifieke investeringen (zoals energiebesparende investeringen, investeringen in beveiliging, …) blijft een verhoogde investeringsaftrek van toepassing.

Bij de verhoogde investeringsaftrek voor energiebesparende en/of milieuvriendelijke investeringen in onderzoek en ontwikkeling is vereist dat er een attest wordt aangevraagd (en bekomen) bij de daartoe bevoegde Gewestelijke instantie.

Behalve voor wat betreft de verhoogde investeringsaftrek voor beveiliging van beroepslokalen en bedrijfsvoertuigen, komen alle vennootschappen in principe in aanmerking om te kunnen genieten van de verhoogde investeringsaftrek.

Investeren

Om recht te hebben op de – gewone en verhoogde - investeringsaftrek, moet de vennootschap investeren in:

  • materiële en immateriële vaste activa;

  • die tijdens het boekjaar;

  • in nieuwe staat zijn verkregen of tot stand zijn gebracht;

  • en in België worden gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid.


Een aantal activabestanddelen zijn uitgesloten van de investeringsaftrek:

  • activa die niet uitsluitend worden gebruikt voor beroepsdoeleinden.

  • activa waarvan het recht van gebruik op basis van een leasing-, erfpacht-, opstal-, of gelijkaardige overeenkomst aan een derde wordt overgedragen en die activa bij deze laatste worden afgeschreven.

  • activa waarvan het recht van gebruik op een andere wijze dan leasing, erfpacht, … (bijvoorbeeld via een huurovereenkomst) aan een derde wordt verleend tenzij de activa bij deze laatste recht zouden geven op de investeringsaftrek indien hij ze op zijn beurt zou aanschaffen en op voorwaarde dat hij het recht van gebruik op zijn beurt niet overdraagt aan een derde.

  • activa die niet afschrijfbaar zijn of worden afgeschreven over een termijn van minder dan 3 belastbare tijdperken.

  • personenauto’s en auto’s voor dubbel gebruik (uitgezonderd taxi’s en speciaal aangepaste voertuigen gebruikt in erkende autorijscholen).

  • bij de aankoopprijs komende kosten of onrechtstreekse geactiveerde productiekosten wanneer deze niet tegen hetzelfde ritme worden afgeschreven met de vaste activa waarop zij betrekking hebben.


KMO-vennootschappen

Om Belgische KMO-vennootschappen aan te moedigen opnieuw wat meer te investeren, heeft de vorige regering beslist om de gewone investeringsaftrek in 2014 en 2015 tijdelijk opnieuw te activeren. Deze gewone investeringsaftrek is voortaan alleen van toepassing voor vennootschappen die op basis van artikel 15 van het Wetboek van Vennootschappen als "klein" kunnen worden beschouwd en dus voor het laatste en het voorlaatste afgesloten boekjaar niet meer dan één van de volgende criteria overschrijden:

  • balanstotaal: 3.650.000 €

  • jaaromzet exclusief Btw: 7.300.000 €

  • jaargemiddelde personeelsbestand: 50

Van zodra een vennootschap 100 werknemers tewerkstelt, wordt zij als een grote vennootschap aanzien. Bovenstaande criteria dienen op geconsolideerde basis te worden beschouwd.

Tarief

Het toepasselijke tarief van de investeringsaftrek wordt 4%. De voormelde principes waaraan de activabestanddelen in beginsel moeten voldoen, blijven van toepassing. Er worden echter een aantal specifieke beperkingen ingevoerd :

  • enkel de eenmalige investeringsaftrek kan worden toegepast.

  • er is geen cumul mogelijk met de aftrek voor risicokapitaal.

  • de investeringen moeten rechtstreeks verband houden met de werkelijk bestaande of geplande toekomstige economische activiteit(en).

  • de activa die worden uitgesloten uit de berekeningsbasis van de aftrek voor risicokapitaal komen niet voor deze investeringsaftrek in aanmerking.

  • bij onvoldoende belastbaar resultaat mag de aftrek enkel worden overgedragen naar het volgende belastbare tijdperk.


Geen cumul met aftrek voor risicokapitaal

Indien de investerende KMO-vennootschap gebruik wenst te maken van de eenmalige gewone investeringsaftrek, kan zij voor dat aanslagjaar niet genieten van de aftrek voor risicokapitaal. Indien de vennootschap nog beschikt over een "stock" aan overgedragen aftrek voor risicokapitaal, dan blijft een cumul met de investeringsaftrek wel mogelijk.

De investeringen moeten rechtstreeks verband houden met de werkelijk bestaande of geplande toekomstige economische activiteit(en).

Enkel de investeringen die rechtstreeks verband houden met de werkelijke economische activiteit van de vennootschap komen in aanmerking.

De investeringsaftrek is niet van toepassing op activabestanddelen die mogelijk zijn in het kader van het statutair doel van de vennootschap maar in feite niet rechtstreeks worden gebruikt voor de werkelijk uitgeoefende beroepswerkzaamheid.

Er wordt verwezen naar het voorbeeld van een artsenvennootschap die een appartement koopt aan zee. De aankoop van dergelijk vastgoed behoort voor een dergelijke vennootschap niet tot haar werkelijke activiteit met als gevolg dat dergelijke activa niet in aanmerking komen voor de investeringsaftrek.

Interessant is dan weer dat ook investeringen meetellen die dienen voor een geplande activiteit. Het hoeft dus niet noodzakelijk om een bestaande activiteit te gaan.

De activa die worden uitgesloten voor de aftrek voor risicokapitaal komen ook niet in aanmerking voor de gewone investeringsaftrek.

Alle activa die uitgesloten zijn van de aftrek risicokapitaal, komen ook voor de nieuwe investeringsaftrek niet in aanmerking. Het gaat dan ondermeer om “onredelijke” kosten, om beleggingen, of om de woning waarin de bedrijfsleider woont.

Terug

adfisc


17 06 2014 | E-factuur: voorwaarden

Vanaf 1 januari 2013 worden papieren en elektronische facturen gelijk behandeld. Dat betekent dat vanaf dan factuurgegevens zowel op papier als via elektronische weg kunnen worden verstuurd en ontvangen.

Er zijn 2 basisvoorwaarden voor een correct uitgereikte factuur zoals deze door de Belgische BTW-administratie wordt aangemerkt en aftrek van voorbelasting mogelijk maakt.

  • Waarborgen van authenticiteit van herkomst, integriteit van de inhoud en leesbaarheid van de factuur.

  • Gebruik is enkel toegestaan mits aanvaarding door de afnemer.


Authenticiteit van de herkomst:

De identiteit van diegene die de factuur uitreikt of van de leverancier/dienstverlener moet gewaarborgd zijn. De leverancier/dienstverrichter moet m.a.w. kunnen aantonen dat hijzelf aan de oorsprong ligt van de factuur, namelijk dat hijzelf de factuur heeft uitgereikt of dat de factuur werd uitgereikt door een derde of door de klant (self-billing) handelend in naam en voor rekening van de leverancier.

De afnemer moet kunnen waarborgen dat de ontvangen factuur afkomstig is van de leverancier/dienstverrichter of van degene die de factuur heeft uitgereikt.

Integriteit:

De inhoud van de factuur mag geen wijzigingen ondergaan hebben. De uitreiker van de factuur en de afnemer kunnen elk onafhankelijk van elkaar de wijze kiezen waarop ze aan deze verplichting zullen voldoen, of ze kunnen samen overeenkomen om hieraan te voldoen. Het formaat kan wel gewijzigd worden, bijvoorbeeld wijze van melding datum, xml naar PDF of omgekeerd.

Leesbaarheid:

De inhoud van de factuur moet goed leesbaar zijn zowel op korte als op lange termijn. De gegevens van een factuur moeten duidelijk leesbaar zijn, op papier of op een scherm, zonder dat daarvoor buitensporig veel onderzoek of interpretatie voor nodig is. De meeste software voor elektronisch factureren die gestructureerde berichten doorstuurt, voorziet de omzetting in een PDF-formaat zodat afnemers en de controlediensten de facturen gemakkelijk kunnen lezen.

Aanvaarding:

Het gebruik van elektronische facturen moet door uw klant/de afnemer aanvaard zijn.

Hoe kunt u deze voorwaarden aantonen?

authenticiteit en integriteit:

Verwijzend naar de Circulaire van 4 april 2014 kan door uw onderneming bedrijfscontroles opgezet worden die een betrouwbaar controlespoor tussen een factuur en een verrichte prestatie opleveren m.a.w. er moet een verband aangetoond kunnen worden tussen de bestelling, levering, factuur en betaling. Voor de leverancier kan de factuur bijvoorbeeld vergeleken worden met de bestelbon, vervoersdocumenten en de ontvangst van de betaling. Voor de afnemer kan de factuur vergeleken worden met het goedgekeurde kooporder, de leveringsnota, het betalingsbewijs, …

leesbaarheid:

De voorwaarde van leesbaarheid is vervuld als de factuur binnen een redelijke termijn in een voor mensen leesbare vorm op het scherm of via afdruk kan worden voorgelegd. Het moet mogelijk zijn om na te gaan of de gegevens van het originele elektronische bestand en die van het voorgelegde leesbare document niet van elkaar verschillen.

aanvaarding:

De aanvaarding van een elektronische factuur kan gebeuren op dezelfde manieren als de aanvaarding van een papieren factuur, bijvoorbeeld door ze te betalen. Het kan ook door de klant een document te laten tekenen waarin hij uitdrukkelijk akkoord gaat om facturen elektronisch te ontvangen. Aanvaarding kan ook opgenomen worden in de algemene voorwaarden van de commerciële overeenkomst.

(bron: http://www.efactuur.belgium.be/wetgeving & Fiscoloog nr 1383 van 23/4/14)

Terug

adfisc


20 05 2014 | Wijziging Kruispuntbank van Ondernemingen

Op de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) kan via Public Search de ondernemingsgegevens teruggevonden worden van alle ingeschreven ondernemingen.

Sinds 9 mei 2014 zijn er 3 punten gewijzigd:

1. alle ondernemingen zijn raadpleegbaar

Alle ondernemingen die opgenomen zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen, kunnen opgezocht worden in KBO Public Search, onafhankelijk van hun status. Dit betekent dat niet alleen actieve, maar ook stopgezette of nieuwe ondernemingen geconsulteerd kunnen worden. Voor de stopgezette ondernemingen worden alle actieve gegevens getoond op de datum van stopzetting.

2. Er zijn meer gegevens beschikbaar

  • rechtstoestand en gebeurtenis;

  • financiële gegevens: kapitaal, maand van jaarvergadering en informatie over het boekjaar;

  • functies (zaakvoerders/bestuurders/…);

  • overzicht verbonden ondernemingen;

  • duur van de onderneming.

3. Er worden nieuwe zoekmogelijkheden aangeboden.

Zo kan de zoekfilter op naam en adres beter gedefinieerd worden en is ook een opzoeking op activiteit mogelijk.

(bron: http://kbopub.economie.fgov.be/kbopub/new.html ; dd. 22/05/2014)

Terug

adfisc


08 05 2014 | Forfaitaire buitenlandse dagvergoedingen vanaf 01/04/2014

Bedrijfsleiders en werknemers die dienstreizen maken naar het buitenland in kader van de beroepswerkzaamheid kunnen daarvoor een forfaitaire onkostenvergoeding ontvangen. Elk jaar wordt de geïndexeerde lijst gepubliceerd met de bedragen die per land mogen toegepast worden. De meest recente lijst op vandaag geldt vanaf 1 april 2014.

 

Logementsvergoeding

Dagelijkse forfaitaire vergoeding

Categorie 1 & 2

Categorie 1

Categorie 2

Nederland

160,00

93,00

56,00

Frankrijk

150,00

95,00

57,00

Duitsland

115,00

93,00

56,00

United Kingdom

186,00

101,00

61,00

Duitsland

145,00

92,00

55,00


Nieuw

Nieuw is dat indien een reis langer duurt dan 30 dagen, maar korter is dan 24 maanden men moet rekening houden met de bedragen onder Categorie 2.

Daarnaast gelden nog steeds de bedragen onder categorie 1 indien de reis korter is dan 30 dagen.

Belastbaar?

Deze onkosten zijn voor de vennootschap een aftrekbare kost en zijn niet belastbaar voor de bedrijfsleider of werknemer.

Welke kosten

De dagvergoedingen dekken de terugbetaling van de kosten voor maaltijden en kleine uitgaven zoals transport ter plaatse, fooien,…, maar niet de huisvestings- en verplaatsingskosten. Voor de huisvestingskosten kan er gebruik gemaakt worden van de logementsvergoeding.

Berekening?

Op de dag van aankomst en vertrek moet er rekening worden gehouden met een halve dagvergoeding, behalve als er kan aangetoond worden dat er een afwezigheid was van minstens 10 uur. Men mag altijd rekening houden met de minimum dagvergoeding van 37,18 euro, ook al is het bedrag op landenlijst lager.

Voorbeeld

Een werknemer vertrekt op 01/04/2014 naar Duitsland in opdracht van zijn werkgever en keert op 15/05/2014 terug. Vermits het gaat over een buitenlands verblijf van meer dan 30 opeenvolgende kalenderdagen gebruiken we de bedragen onder categorie 2.

Dag vertrek

½ x 56 euro

28,00 euro

02/04/2014 – 14/05/2014

43 dagen x 56,00 euro

2.408,00 euro

Dag aankomst

½ x 56 euro

28,00 euro

Totaal

2.464,00 euro



(bron: publ. Belg. Staatsblad – 27.03.2014 – 26751 & circulaire nr. Ci.RH.241/609.972 dd. 10.10.2013)

Terug

adfisc


05 05 2014 | BTW verlaging naar 6% op elektriciteit

Sinds 1 april 2014 is het btw-tarief voor elektriciteit gedaald van 21% naar 6%.

Alleen huishoudelijke afnemers genieten van het 6% btw-tarief op elektriciteit. Het btw-tarief op aardgas blijft 21%. Professionele contracten op naam van een vennootschap, vereniging, vzw, enz. kunnen niet van het verlaagd tarief genieten. Vennootschappen die de elektriciteit betalen voor een private woning zullen nog steeds 21% btw betalen voor hun verbruik elektriciteit. Ook zelfstandigen - eenmanszaken zullen 21% btw blijven betalen op het verbruik voor hun woning indien de factuur gericht wordt aan de eenmanszaak. In de mate dat professionelen volledige btw-aftrek kunnen genieten maakt dit echter geen verschil.

Bij gemengd gebruik door een natuurlijk persoon is m.a.w. het soort contract dat men heeft doorslaggevend. Wordt het btw-nummer vermeld op de facturen om zo het beroepsmatig deel van de btw te recupereren, dan is het tarief van 21% van toepassing. Indien de factuur gericht wordt aan de particulier – natuurlijk persoon is het tarief van 6% mogelijk.

Bij vragen kunt u de problematiek met uw Adfisc-dossierbeheerder bespreken.

Terug

adfisc


28 04 2014 | Is de btw op eten en drinken aftrekbaar ?

Ondanks het beroepsmatig karakter is de btw op restaurantkosten gemaakt door een bedrijfsleider of zelfstandige niet recupereerbaar. Het maakt geen verschil uit of het gaat over een restaurantkost tijdens een dienstreis, een vergadering, een broodje op kantoor of een etentje met een zakenrelatie.

De btw op de maaltijd van een personeelslid kan aftrekbaar zijn, op voorwaarde dat er een regelmatige factuur ontvangen werd en de restaurantkost gemaakt werd in het kader van een dienstreis n.a.v. leveringen van goederen of verrichten van dienstprestaties onder bezwarende titel buiten de onderneming.

Indien een bedrijfsleider tijdens een dienstreis samen met een personeelslid op restaurant gaat en er is voldaan aan bovenstaande voorwaarden dan is de btw op de maaltijd van het personeelslid aftrekbaar maar de btw op de maaltijd van de bedrijfsleider niet aftrekbaar. De btw-administratie aanvaardt in zo’n geval dat de btw voor 50% gerecupereerd kan worden.

Terug

adfisc


14 04 2014 | Belastingvoordeel op energiebesparende investeringen: verhoogde investeringsaftrek

Energiebesparende investeringen kunnen nog steeds een belastingvoordeel opleveren in de personen- of vennootschapsbelasting onder de vorm van een verhoogde investeringsaftrek. We lichten kort de voorwaarden van dit belastingvoordeel toe. Bij vragen indien een investering in uw dossier in aanmerking komt voor deze fiscale gunstmaatregel kunt u steeds contact opnemen met uw dossierbeheerder bij Adfisc.

Wie kan de verhoogde investeringsaftrek genieten?

  • Zelfstandigen belast in de personenbelasting (handelaars, vrij beroepen, …)

  • Belastingplichtigen onderworpen aan de vennootschapsbelasting of aan de belasting niet-inwoners.

Welke investeringen komen in aanmerking?

Er moet geïnvesteerd worden in materiële vaste activa die in nieuwe staat zijn verkregen of tot stand zijn gebracht of nieuwe immateriële vaste activa die in België voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt.

Belangrijke uitsluitingen zijn activa die niet voor het uitoefenen van het beroep worden gebruikt, of activa die worden verhuurd. We denken hier bijvoorbeeld aan energiebesparende investeringen in een private woning of investeringen in een onroerend goed dat wordt verhuurd aan particulieren.

Courante energiebesparende investeringen.

Fotovoltaïsche zonnepanelen, plaatsen van dubbel of driedubbel glas, isoleren van buitenmuren, plaatsen van warmtepompen, …

Percentage van de investeringsaftrek

Voor het aanslagjaar 2014 bedraagt de verhoogde investeringsaftrek 14,5% op de aanschaffingswaarde (AJ 2015 – 13,5%).

Formaliteiten

Om het fiscale voordeel te genieten moet de belastingplichtige een attest van de regering van het Gewest waar de investering plaatsvindt kunnen voorleggen.

Wij kunnen u steeds bijstaan in het aanvraagproces van een dergelijk attest. Hou er rekening mee dat het attest moet aangevraagd worden binnen de 3 maanden na de laatste dag van het boekjaar waarin de investering werd verricht.

Terug

adfisc


08 04 2014 | Bedrijfsvoorheffing bij bedrijfsleiders

De FOD Financiën zal in de loop van 2014 controles uitoefenen op het correct inhouden van de bedrijfsvoorheffing.

Volgens de wettelijke schalen

De bedrijfsvoorheffing moet worden ingehouden aan de hand van de wettelijke schalen. Indien er onvoldoende bedrijfsvoorheffing wordt ingehouden, kan de fiscus het bedrag aan bedrijfsvoorheffing opeisen, vermeerderd met nalatigheidsintresten en administratieve sancties (geldboete tot 1.250 EUR). Het is niet langer toegelaten om bedrijfsvoorheffing te vervangen door voorafbetalingen. Er is uiteraard geen probleem indien er teveel bedrijfsvoorheffing wordt ingehouden.

Sociale bijdragen betalen door vennootschap?

Bij de bepaling van de bedrijfsvoorheffing wordt er rekening gehouden met de betaalde sociale bijdragen van de bedrijfsleider. Als de sociale bijdragen door de vennootschap worden bekostigd, worden deze sociale bijdragen als een belastbaar voordeel van alle aard beschouwd, waardoor er meer bedrijfsvoorheffing moet worden ingehouden (hogere grondslag + verlies van vermindering). De vennootschap kan deze kost wel volledig aftrekken in de vennootschapsbelasting.

Terug

adfisc


18 03 2014 | Verhoging btw-vrijstellingsregeling kleine ondernemingen

Vanaf 1 april 2014 wordt de omzetdrempel voor de kleine ondernemers verhoogd van 5.580 euro naar 15.000 euro.

Voorwaarden:

Om in 2014 in aanmerking te komen voor de vrijstellingsregeling moet het jaarlijks omzetcijfer van 2013 lager zijn dan 15.000 euro. Daarnaast mag het niet gaan om een lid van een btw-eenheid en mag de btw-plichtige geen van de volgende activiteiten beoefenen:

  • handelingen bestaande uit werken in onroerende staat en ermee gelijkgestelde handelingen;

  • leveren van goederen en diensten in de horecasector;

  • leveren van oude materialen.

Voordelen/Nadelen:

Voordelen:
  • geen btw meer aanrekenen aan klanten;

  • geen btw doorstorten aan de Schatkist;

  • geen periodieke btw-aangiften indienen.

Nadelen:
  • geen btw-aftrek op aankoopfacturen;

  • herziening van de aftrek uit het verleden (investeringen, voorraad,…).

Inwerkingtreding:

De onderneming wordt automatisch aan de vrijstellingsregeling onderworpen vanaf 1 juli 2014, indien deze onderneming in de loop van 2013 een omzet heeft gerealiseerd van minder dan 15.000 euro.

De btw-belastingsplichtige kan niettemin opteren voor het behoud van haar belastingregeling, dit kan door een brief te schrijven naar het desbetreffende controlekantoor voor 1 juni 2014.

Praktisch

  • Op de verkoopfacturen zal voortaan de mededeling “Bijzondere vrijstellingsregeling kleine ondernemingen” moeten vermeld staan.

  • Er moet nog steeds een klantenlisting worden ingediend vóór 31 maart met vermelding van het totaalbedrag van de omzet die werd gerealiseerd in het voorgaande kalenderjaar.

  • Daarnaast moet er op het eind van elk jaar gekeken worden of de jaaromzet nog steeds onder de grens van 15.000 euro zit.

Terug

adfisc


03 03 2014 | Successie- en schenkingsrechten

Een nieuw decreet inzake successie- en schenkingsrechten zorgt voor volgende wijzigingen.

Successierechten

Wettelijke terugkeer vrijgesteld van successierechten

Goederen die geschonken werden door ouders (ascendenten) aan hun kinderen (descendenten) keren automatisch terug naar de ouders bij het vooroverlijden van het kind dat geen afstammelingen heeft. Vroeger was deze terugkeer van goederen enkel vrijgesteld van successierechten indien er een conventioneel beding van terugkeer in de schenkingsakte werd opgenomen. Dit beding zorgde voor de onmiddellijke ontbinding van de vroegere schenking. Voortaan is in dergelijk geval de melding van dit beding in de schenkingsakte niet meer noodzakelijk om een vrijstelling inzake successierechten te bekomen bij het vooroverlijden van de begiftigde op voorwaarde dat:

  • De zaken werden geschonken vóór het overlijden van het kind;

  • De nalatenschap omvat de zaken in natura, of indien deze zaken werden vervreemd is er hiervoor een schuldvordering aanwezig in de nalatenschap;

  • Het kind is overleden en laat geen afstammelingen na.

Merk op dat de melding van het “conventioneel beding van terugkeer” toch aan te raden is bij een schenking tussen zijverwanten, wettelijk samenwonenden, …

Schenkingsrechten

Inzake schenkingsrechten bestaan verschillende tarieven afhankelijk van de graad van verwantschap tussen de schenker en de begiftigde. De meest gunstige tariefgroep bevat de verkrijgers in rechte lijn en de echtgenoten. Het nieuwe decreet zorgt voor een uitbreiding van deze tariefgroep.

Wettelijk of feitelijk samenwonend

Inzake schenkingsrechten zijn wettelijk en feitelijk samenwonende partners gelijkgesteld met echtgenoten sinds 01/01/2004. Feitelijk samenwonenden moeten wel ten minste 1 jaar ononderbroken samengewoond hebben en samen een gemeenschappelijke huishouding hebben gevoerd . Zijn deze voorwaarden vervuld dan genieten schenkers en begiftigden van de voordeligste tariefschijf inzake schenkingsrechten.

Uitbreiding 1ste tariefgroep

De uitbreiding van de schenkingen in rechte lijn bevat nu ook de schenkingen tussen:

  • Stiefouder en stiefkind;

  • Uit de echt gescheiden of van tafel en bed gescheiden personen of ex-samenwonenden. Een dergelijke schenking wordt gelijkgesteld met “een schenking tussen echtgenoten of tussen samenwonenden” indien er “gemeenschappelijke afstammelingen” zijn;

  • Personen tussen wie er een relatie van zorgouder en zorgkind bestaat of heeft bestaan, indien:

    • De betrokken persoon voor het bereiken van de leeftijd van 21 jaar;

    • Gedurende 3 achtereenvolgende jaren;

    • Bij een andere persoon heeft ingewoond;

    • Gedurende die tijd hoofdzakelijk van die andere persoon of van deze en zijn levenspartner samen, de hulp en verzorging heeft gekregen die kinderen normaal van hun ouders krijgen.

Inwerkingtreding

Bovenstaande gaat in vanaf 17/01/2014 bij Belgische notariële schenkingen of de datum van registratie bij niet notariële akten.

Terug

adfisc


11 02 2014 | Een volkslening interessant voor u of uw vennootschap?

Een volkslening is een kasbon die, of een termijndeposito dat gebruikt zal worden voor investeringsprojecten met een sociaal - economisch of maatschappelijk verantwoord doel. De roerende voorheffing op de intresten zal slechts 15% bedragen en de minimale looptijd bedraagt 5 jaar.

Zou een dergelijke investering interessant kunnen zijn voor uw privé of uw vennootschap? Wij resumeren…

Interessant voor uw privé?

U bent verplicht om uw geld voor minstens vijf jaar vast te zetten tegen een vrij lage rentevoet. Bijgevolg bent u doorgaans beter af met een spaarboekje, waarvan de eerste schijf van 1.900,00 € intresten vrijgesteld is van roerende voorheffing.

Interessant voor uw vennootschap?

De ontvangen intresten zijn belast tegen de normale tarieven inzake vennootschapsbelasting. De roerende voorheffing van 15% is niet bevrijdend en dus slechts een voorschot op uw vennootschapsbelasting. U heeft met andere woorden geen enkel fiscaal voordeel.

Terug

adfisc


28 01 2014 | Onroerend goed onttrekken via vastgeklikte reserves

Vele vennootschappen hebben recentelijk hun kapitaal verhoogd door het vastklikken van beschikbare reserves. Een procedure waarin de fiscus u de mogelijkheid gaf om de reeds opgebouwde reserves nog aan 10% te laten belasten zonder volledige liquidatie. Na een sperperiode van 4 jaar (KMO-vennootschappen) kan u dat kapitaal belastingvrij uit uw vennootschap halen. Vele vennootschappen beschikken met andere woorden op vandaag over een hoger kapitaal.

Heeft u er al aan gedacht om binnen 4 jaar uw kapitaal te verminderen door een onttrekking te doen van onroerend goed in plaats van een toebedeling in liquide middelen?

Een uiteenzetting

Onroerend goed uit uw vennootschap halen. Hoe?

Een onroerend goed uit de vennootschap halen kan op diverse manieren. U kan simpelweg het gebouw verkopen. In dit geval zal steeds 10% (Vlaanderen) registratierecht verschuldigd zijn en dient de koper uiteraard over voldoende liquide middelen te beschikken want het volledige verkoopbedrag wordt overgemaakt aan de vennootschap.

U kan er eveneens voor opteren om het gebouw te onttrekken uit de vennootschap door een kapitaalvermindering door te voeren. In principe is ook hier 10% registratierecht verschuldigd door de koper. De gunstmaatregel uit art. 129, lid 3 W. Reg biedt de mogelijkheid aan personenvennootschappen (BVBA, VOF, GCV, landbouwvennootschap) om op deze transactie slechts 50€ vast recht te betalen indien:

  • Onroerende goederen worden verkregen door de persoon die ze vroeger heeft ingebracht, OF

  • Onroerende goederen worden verkregen door de persoon die deel uitmaakte van de vennootschap toen laatstgenoemde de onroerende goederen met registratierecht verkreeg.


Kapitaalvermindering

Bij de meeste vennootschappen is het kapitaal lager dan de verkoopwaarde van het gebouw waardoor onttrekking via een kapitaalvermindering moeilijk is. Het overschreden gedeelte zou worden aangerekend op de beschikbare reserves met een bijkomende dividendbelasting van 25% als gevolg.

Stel dat u vóór 30 oktober 2014 besliste om uw beschikbare reserves in te corporeren in kapitaal (“interne vereffening”) en u hiervoor 10% roerende voorheffing doorstortte aan de schatkist, dan beschikt u op vandaag zeker over een hoger fiscaal kapitaal. Binnen 4 jaar kan u belastingvrij over deze middelen beschikken. Misschien is dit het uitgesproken moment om het onroerend goed (privéwoning) fiscaalvriendelijk uit uw vennootschap te halen?

Meerwaardebelasting in uw vennootschap.

De vennootschap zal steeds vennootschapsbelasting betalen op de meerwaarde gerealiseerd bij onttrekking/verkoop van het onroerend goed. De meerwaarde is gelijk aan het verschil tussen de verkoopprijs en de boekwaarde.

Indien u graag uw onroerend terug uit uw vennootschap wenst te halen en u beduidend over een hoger kapitaal beschikt na vastklikking van beschikbare reserves, dan kan de onttrekking van onroerend goed binnen 4 jaar (KMO-vennootschap) een interessante piste zijn. Deze piste wordt nog interessanter als uw vennootschap een personenvennootschap is en u zelf deel uitmaakte van de vennootschap toen deze de onroerende goederen met registratierechten verwierf. In dit geval is bij onttrekking slechts 50€ vast recht verschuldigd in plaats van 10%.

Terug

adfisc


22 01 2014 | Geen btw-voorfinanciering op nog niet betaalde voorschotten

De overgangsregeling voor voorschotfacturen die gold voor 2013 werd met een jaar verlengd tot eind 2014. Bovendien voorziet de beslissing in een bijkomende tolerantie inzake voorschotfacturen die nog niet betaald werden.

Wat houdt dit precies in ?

Voorheen werd de btw opeisbaar (lees verschuldigd) op het moment van de levering van het goed of de voltooiing van de dienst. In twee gevallen werd de btw eerder opeisbaar, namelijk:

  • Bij uitreiking van een factuur voorafgaand aan de levering of de voltooiing

  • De ontvangst van een betaling vooraleer het goed werd geleverd of de dienst werd voltooid.

Men noemt dit de twee “subsidiaire oorzaken van opeisbaarheid”.

In de nieuwe regeling geldt er nog slechts één subsidiaire oorzaak, nl. de vooruitbetaling.

Overgangsregeling

In deze overgangsregeling die liep in 2013 en nu dus verlengd werd tot eind 2014 heb je de keuze:

a/ toepassing van de oude regels

De dienstverrichter, leverancier moet de BTW voldoen op basis van de door hem uitgereikte voorschotfactuur, m.a.w. de voorschotfactuur wordt beschouwd als oorzaak van opeisbaarheid.

b/ toepassing van de nieuwe regels

De btw moet niet voldaan worden n.a.v. “de vraag om een voorschot”, Voorwaarden :

  • Het voorschot wordt gevraagd a.d.h.v een ander document dan een factuur. Dit document vermeldt geen btw noch tarief.

  • De factuur volgt uiterlijk de 15e van de maand volgend op de ontvangst van het voorschot. De btw wordt opgenomen in de aangifte m.b.t de periode waarin de betaling werd ontvangen.


Bijkomende tolerantie

Indien er op het ander document wel melding gemaakt wordt van btw of tarief, is de leverancier verplicht de oude regels toe te passen en dus de btw onmiddellijk af te dragen.

Op dit punt voorziet de nieuwe beslissing in een bijkomende tolerantie om ervoor te zorgen dat geen twee afzonderlijke documenten moeten worden uitgereikt en de btw niet moet worden afgedragen vooraleer het voorschot werd ontvangen.

Het volstaat op de voorschotfactuur de vermelding te plaatsen “Toepassing van de wettelijke regeling inzake opeisbaarheid. Recht op aftrek ontstaat na de betaling van het voorschot”. De andere verplichte vermeldingen blijven uiteraard noodzakelijk. De keerzijde is dan wel dat de btw op zo’n voorschot bij de koper of afnemer pas aftrekbaar is als het voorschot is betaald.

Terug

adfisc


20 01 2014 | Ook de btw heeft een geschenkengrens

Is de btw op geschenken al dan niet aftrekbaar?

De btw kent twee aparte grenzen:

a/ voor zakenrelaties

De btw op relatiegeschenken is aftrekbaar zolang de waarde ervan onder de 50 euro exclusief btw ligt. Er dient aangetoond te worden dat de geschenken wel degelijk werden uitgedeeld. Geestrijke dranken en tabaksfabrikaten zijn de grote uitzondering. De btw daarop is nooit recupereerbaar, ongeacht de prijs ervan. Wijn, champagne, aperitieven zijn echter geen geestrijke dranken. Om een geschenk als publiciteit aan te merken en de btw aldus voor 100 % te recupereren volstaat het niet om bv. een sticker van uw bedrijfslogo aan te brengen. Om van publiciteit te kunnen spreken is het noodzakelijk dat uw diensten of goederen in de kijker worden gezet met het oog op het bevorderen van de verkoop.

b/ voor personeel

De btw op geschenken voor het personeel is slechts aftrekbaar indien de waarde ervan lager is dan 35 euro exclusief btw. Bovendien is vereist dat het geschenk gegeven wordt aan alle personeelsleden. Hier geldt eveneens de uitzondering van geestrijke dranken en tabaksfabrikaten.

Terug

adfisc


14 01 2014 | Verhoging omzetdrempel voor maandelijkse btw-aangifte

Vanaf 1 januari 2014 stijgt de omzetdrempel om verplicht maandelijkse btw aangiften in te dienen van 1.000.000 euro naar 2.500.000 euro. Daarnaast stijgt de drempel voor fraudegevoelige sectoren (gemotoriseerde landvoertuigen, energie, mobiele telefonie) van 200.000 euro naar 250.000 euro. Wie onder deze grenzen blijft kan opteren om over te schakelen naar kwartaalaangiften.

Intracommunautaire leveringen

Indien de omzet aan intracommunautaire leveringen gedurende één kwartaal de grens van 50.000 euro overschrijdt moet zowel de IC-listing als de BTW-aangifte maandelijks worden ingediend. De terugschakeling naar kwartaalaangiften kan pas wanneer er minsten vier kwartalen verstreken zijn waar deze grens van 50.000 euro niet wordt behaald.

Voorschotten

Bij kwartaalaangiften moeten voorschotten worden betaald indien er een te betalen btw saldo staat in rooster 71. Deze voorschotten zijn gelijk aan één derde van het te betalen saldo en moet uiterlijk de 20ste van de tweede en derde maand van ieder kwartaal betaald worden.

Overgang naar kwartaalaangifte

Deze overgang dient te gebeuren door een gemotiveerd verzoek dat ingediend moet worden bij het BTW-controlekantoor waaronder de belastingsplichtige valt. De kwartaalaangifte start op de eerste dag van het kwartaal volgend op de goedkeuring door de controle.

Nadeel

Een nadeel van de overgang naar kwartaalaangiften is dat de vergunning voor maandelijkse teruggave van de btw tegoeden vervalt voor de belastingsplichtigen die hiervoor in aanmerking komen.

Terug

adfisc


07 01 2014 | Grondige hervorming van de sociale bijdragen voor zelfstandigen vanaf 1 januari 2015

Onze eerste berichtgeving van het nieuwe jaar is er eentje die pas vanaf volgend jaar in werking treedt, maar daarom nu niet minder belangrijk.

Vanaf 2015 zal de berekeningswijze van de sociale bijdragen voor zelfstandigen grondig wijzigen. Tot op vandaag worden de bijdragen berekend op het bruto beroepsinkomen van drie jaar terug. Zo betaalt u in 2014 sociale bijdragen op uw inkomen van het jaar 2011. Gezien het economische klimaat bleek deze berekeningswijze vele ondernemers in moeilijkheden te brengen. Er werden drie jaar geleden mooie winsten gerealiseerd, waarop men nu, in vaak financieel moeilijkere tijden bijdragen op verschuldigd is. Het nieuwe berekeningssysteem zou een logischere band moeten creëren tussen de bijdragen en de economische realiteit van elke zelfstandige.

Nieuwe regeling vanaf 2015

U zal als zelfstandige aan uw sociaal verzekeringsfonds verplicht voorlopige bijdragen dienen te betalen op uw bruto beroepsinkomen (na aftrek van beroepskosten) berekend op het inkomen van het jaar zelf. Gezien u in het bijdragejaar uw inkomen van dit jaar nog niet definitief kent, zullen de sociale verzekeringsfondsen zich hiervoor toch baseren op het inkomen van drie jaar terug. Pas twee jaar later, als het beroepsinkomen definitief gekend is, volgt een afrekening.

  • Als de zelfstandige een stijging van zijn inkomen verwacht, kan hij beslissen om vrijwillig hogere voorlopige bijdragen te betalen.

  • Als de zelfstandige een daling van zijn inkomen verwacht, kan hij verzoeken om lagere voorlopige bijdragen te betalen. Het akkoord van het sociaal verzekeringsfonds kan enkel verkregen worden als de zelfstandige met “objectieve elementen” kan aantonen dat het beroepsinkomen zal dalen, m.a.w. er dient een gemotiveerde verklaring met bewijsstukken ingediend te worden bij uw sociaal verzekeringsfonds.


Afrekening

Eénmaal de inkomsten door de fiscus worden meegedeeld, volgt een regularisatie. De zelfstandige krijgt een eventueel tegoed terug, kan een tegoed gebruiken voor actuele bijdragen of moet bijbetalen ingeval van een tekort.

  • Voorlopige bijdrage te laag? Bijkomende bijdragen zijn verschuldigd. De zelfstandige zal hierop geen verhogingen betalen.

  • Voorlopige bijdrage laten verlagen en inkomen te laag ingeschat? Bijkomende bijdragen zijn verschuldigd. In dit geval zijn wel verhogingen verschuldigd (3%).

  • Voorlopige bijdrage laten verhogen en inkomen te hoog ingeschat? Het saldo wordt terugbetaald.

Merk op dat er geen bonificatie (thans 3 % per jaar) meer toegekend zal worden in de eerste drie startjaren van de zelfstandige.

Cijfervoorbeelden

1. Daling verwacht inkomen

Inkomen 2012

Verwacht inkomen
2015

Voorlopige
bijdragen in
2015

Definitief inkomen 2015

Afrekening

50.000 EUR

25.000 EUR

Bijdragen verlaagd
en betaald op
25.000 EUR

40.000 EUR

Bijkomende bijdragen + verhoging!

50.000 EUR

25.000 EUR

Bijdragen verlaagd
en betaald op
25.000 EUR

25.000 EUR

OK

50.000 EUR

25.000 EUR

Bijdragen verlaagd
en betaald op
25.000 EUR

20.000 EUR

Saldo terugbetaald

50.000 EUR

25.000 EUR

Bijdragen betaald op 50.000 EUR

20.000 EUR

Saldo terugbetaald


2. Stijging verwacht inkomen

Inkomen 2012

Verwacht inkomen
2015

Voorlopige
bijdragen in
2015

Definitief inkomen 2015

Afrekening

50.000 EUR

70.000 EUR

Bijdragen verlaagd
en betaald op
70.000 EUR

60.000 EUR

Saldo terugbetaald

50.000 EUR

70.000 EUR

Bijdragen verlaagd
en betaald op
70.000 EUR

70.000 EUR

OK

50.000 EUR

70.000 EUR

Bijdragen verlaagd
en betaald op
70.000 EUR

100.000 EUR

Extra saldo verschuldigd zonder verhoging

50.000 EUR

70.000 EUR

Bijdragen betaald op 50.000 EUR

70.000 EUR

Extra saldo verschuldigd zonder verhoging



Pensioen

Wie van plan is met pensioen te gaan vóór 01/01/2018 neemt best contact met ons op van zodra de beslissing is genomen zodat de sociale bijdragen geoptimaliseerd kunnen worden. De sociale bijdragen kunnen reeds geoptimaliseerd worden 3 jaar voor pensionering, m.a.w. vanaf 2015.

Terug

adfisc

adfisc